Hij niet thuis… niemand begrijpt wat hij zegt.. Hij is de enige overlevende van mijn taal. Hij zit op een schip met wel duizenden kamers rond hem, net zoals de man op de foto, op het dek van een schip met een vrouw en een kind in een box. Hij op schip. Alleen. Vast aan het bed. Deze dag is verschrikkelijk. Of nacht.
Ze laten hem zinken in het water. Ze verdrinken hem. Ze verdrinken mij.
Ze leggen een hand op zijn hoofd, waarschijnlijk omdat hij anders zou stijgen naar het plafond. - hoe licht is hij geworden?- Hij als vogels naar een betere plek. Een warmere plek. Zonder mist en sneeuw.
ogen dicht ogen open
zelfde ruimte
ogen dicht ogen open
winter
Varkens. Heksen.
Ziekte, iedereen buiten deze huid is ziek. Of hij binnen de huid is ziek. Hij is hier om leeg te lopen. Om alles hier naar buiten te laten. Al hun herinneringen door de gaten weg.
Ze is hier. Iedereen heeft bekenden. Geen gezichten meer. Geen namen. Ze is hier. Handen en vingers. Allemaal los van elkaar. Vastklemmen. Nooit meer loslaten. Vast de kou, vast de winter. Kalmeren. Zuchten. Ademen. Doorgaan tot licht. Doorgaan tot weggaan sneeuw. Samen. Voor altijd.
Voor altijd.
Ogen dicht ogen open
winter
Ogen dicht ogen open
lente
Ogen open
Ogen dicht
Eten. Waarom steken ze eten in zijn mond? Een mens zit vol gaten.
Al mijn herinneringen gaan naar buiten door de gaten, en verdwijnen in het niets, alsof ze nooit iets betekent hebben
Het sneeuwt harder dan ooit tevoren.
Hallo
Ik ben hier. Ik zwaai. Vannacht zag Vera bij ons thuis een man op de piano spelen. Maarten heet hij. Ze klinkt enorm moe. Wie speelt er nu ook midden in de nacht op de piano? Ik speelde vroeger veel piano. Adagio, van Mozart. Ik kan het helemaal uit mijn hoofd, al moet ik de noten wel nog herhalen. Misschien vanavond. Ik lig vast in bed. Vastgebonden in bed. Vera? VERA? Ik zie in de spiegel een oude man die helemaal bedekt is in uitwerpselen, maar gelukkig ben ik dat niet! De vrouw met de slappe bruine krullen geeft bad. Vera laat me tanden poetsen.
Wil tandenpoetsen. Boos. Witte spiegel. Alles is wit.
Sta op. De voeten wrijven over de vloer. Waar is Vera? De vrouw vraagt waarom ik op stoel sta. Ik mocht in school kleurpotloden halen. Ik ga kleurpotloden halen. Ik ben een oude man geworden. Snel. Er staat hier een stoel. Was die er al?
Foto’s. Kinderen. Kitty en Fred. Ik zie ze niet meer. Het zijn mijn kinderen niet meer. Ze komen niet meer. Ze gaan niet meer komen. Vroeger waren ze altijd bij mij en Vera. Thuis.
De hond ligt niet op zijn vaste plek. Ik vraag aan het meisje dat hier rondloopt waar hond is. Hond is bij Vera. Vast gaan wandelen.
Ik zoek vader binnenkort op. Ik ben er al enorm lang niet meer geweest. Hij heeft me gemist, zeker.
Ik moet naar buiten, net zoals mijn hond ooit deed. Ik ga naar de zee. Ik sta op het strand. Ik kijk. Mijn huis is weg. Mijn huis is weg! Iemand heeft mijn huis verplaatst. Het stond hier, zeker weten. Het stond hier, bij de vuurtoren, bij de kruk bij het keukenraam. Het stond hier, maar waar is mama? Waarschijnlijk is papa mij al aan het zoeken.
De Amerikanen kwamen ons bevrijden! Ik ben thuis bij Vera! Ik ben thuis! Ik mocht helemaal vooraan in de jeep zitten! Wie kan dat nog allemaal zeggen? Eindelijk zijn we verlost, we zijn vrij! Godzijdank! Er komt zelfs een officier ons persoonlijk ontmoeten in ons huis!
Ik ben zeker van dat oorlog is. Er zweeft een man in zwarte pyjama voor raam. Ik moet me verstoppen. Ze komen eraan! Ze komen vermoorden. Ik wil niet sterven, ik ben nog veel te jong. Mijn ouders zonder zoon, mijn hond zonder zijn baas, mijn vrienden zonder vriend. Vrienden. Heb ik vrienden? Ik ging vroeger met mijn vrienden altijd voetballen, bij het veld achter het dorp.
Ik ga voetballen.
Wanneer zal de sneeuw eindelijk wegsmelten, en de mist optrekken?
Voetballen
Vandaag
Hallo, ik ben Maarten
Ik weet niet of Vera al naar bed is . Ik wil namelijk nog een stukje piano voor haar spelen, zoals ik iedere avond natuurlijk doe. Ik speel namelijk piano. Zou Vera al naar bed zijn? Het is slechts 7 uur. De klok is vast gewoon blijven stilstaan. Waar is Vera? Zou Vera al naar bed zijn?
Ik zie Vera staan roeren in een kookpot, in haar nachtjapon. Ze praat tegen me. De woorden kunnen mijn hersenen niet bereiken. Ik ben moe. ‘slaaptijd’ hoor ik de vrouw zeggen. Alsof ze tegen een kind bezig is. Vroeger had ik zelf kinderen. Kitty en Fred. Ze zijn door mij opgevoed en toen waren ze weg. Opvoeden, nog zo iets. Ik moet dringend werk maken van het opvoeden van de hond. Ze loopt zomaar mee met eender welke onbekende die besluit een wandelingetje met haar te maken. Vroeger was ze nochtans een hele trouwe hond.
De laatste dagen loopt er een meisje rond in mijn huis. Ik denk dat het een vriendin van mijn dochter is. Vroeger had ik ook vele vriendinnen en vrienden. Ik ging altijd voetballen in het veld achter het dorp. Eerst deed ik mijn vuile broek aan, mijn laarzen, en tot slot mijn muts en de wedstrijd kon beginnen. Ik opende de voordeur en was onstopbaar. Ik wou voetballen gisteren. In het veld achter het dorp. Ik mocht niet van het meisje dat hier rondloopt. Het is wel oké denk ik. Ik zal morgen wel voetballen.
Nu moet ik echt gaan,
Zometeen ben ik te laat voor de vergadering.
